Rechten patiënt (WGBO)

Als zorgverlener ben ik verplicht mij te houden aan de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Deze wet garandeert de rechten van patienten ten opzichte van medische hulpverleners.

De WGBO is van belang voor iedereen die met medische zorg te maken krijgt, want als een zorgverlener u behandelt, hebt u automatisch een geneeskundige behandelingsovereenkomst met hem of haar.

Als u vragen heeft, dan ga ik daarover graag met u in gesprek. Dit kan zowel telefonisch 010-4223413 of 06-53973532, per e-mail renetobe@gmail.com of het contact formulier op deze website.

 

Algemene informatie WGBO

De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) garandeert de rechten van patiënten ten opzichte van medische hulpverleners zoals artsen en fysiothetapeuten. De WGBO is van belang voor iedereen die met medische zorg te maken krijgt, want als een zorgverlener u behandelt, hebt u automatisch een geneeskundige behandelingsovereenkomst met hem of haar.

 

Welke rechten en plichten

In de WGBO staan de rechten en plichten die bij de behandelingsovereenkomst horen. Deze rechten en plichten gelden voor de patiënt en hulpverlener.

Voorbeelden van rechten:

  • behandeling;
  • zelfbeschikking;
  • informatie en een second opinion;
  • inzage in medische gegevens;
  • weigeren van behandelingen/toestemming voor behandelingen;
  • geheimhouding en privacy;
  • vrije artsenkeuze.

Voorbeelden van plichten:

  • verlenen van medewerking (in redelijke mate);
  • bespreken van klachten.

 

Volledige wettekst

De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst is onderdeel van het Burgerlijk Wetboek (afdeling 5 (artikelen 446 t/m 468) van Titel 7 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek). U kunt hier de wettekst vinden.

 

Rechten en plichten in het kort

Recht op behandeling

Dit recht lijkt op het eerste gezicht vanzelfsprekend. In de praktijk zijn echter de financiële middelen soms beperkt. Een ziekenhuis mag echter een behandeling niet weigeren als bijvoorbeeld het budget voor dat jaar is overschreden.

 

Recht op zelfbeschikking

Het recht op zelfbeschikking is het grondrecht waarop alle patiëntenrechten zijn gebaseerd. Dit houdt in dat er pas een behandelingsovereenkomst is, wanneer de patiënt toestemming geeft. Als een patiënt hiervoor psychisch of lichamelijk te ziek is, dan moet de toestemming door familie of naasten worden gegeven.

 

Recht op informatie en een second opinion

Iedereen heeft het recht om volledig over zijn situatie te worden geïnformeerd.
Hierbij staat het belang van de patiënt voorop. Als een patiënt te kennen geeft niet volledig geïnformeerd te willen worden, dan moet dit recht niet opgedrongen worden.

Ook mag een arts (na raadpleging van een tweede mening van een andere arts) besluiten om informatie niet te geven, als dit leidt tot een onaanvaardbaar psychische belasting bij de patiënt.

Een patiënt heeft ook recht op een second opinion, al zijn hier beperkingen aan verbonden. De second opinion moet het medisch advies betreffen en niet de behandeling zelf. Een second opinion zal meestal alleen toegestaan worden wanneer er twijfel bestaat over de diagnose of de behandeling bij ernstige ziekten.
In sommige gevallen moet een verzekeraar hier eerst toestemming voor verlenen. Informeer hiernaar bij uw verzekeraar.

 

Inzage in medische gegevens

Als u 16 jaar of ouder bent, dan mag u uw medisch dossier inzien. U moet dit mondeling of schriftelijk vragen bij de zorgverlener. U krijgt alleen de gegevens over u zelf te zien en geen informatie over bijvoorbeeld uw familieleden of anderen. Uw familieleden hebben alleen recht op inzage in uw dossier als u ze hebt gemachtigd. Ouders of wettelijke vertegenwoordigers van kinderen tot 12 jaar hebben wel recht op directe inzage in het dossier van hun kind. Kinderen tussen de 12 en 16 jaar moeten eerst persoonlijk instemmen met de inzage.

Als u het niet eens bent met de gegevens in het dossier, dan kunt u een eigen verklaring laten toevoegen.
Alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een patiënt door inzage een gevaar voor zichzelf of anderen zal vormen, mag inzage geweigerd worden.

In de Wet Bescherming Persoonsgegevens is geregeld wie wat met uw gegevens mag doen. U kunt hier een folder downloaden over de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Recht op toestemming of weigering van een behandeling
Een behandelaar heeft uw toestemming nodig voor een behandeling. Soms kunt u deze zelf niet geven. In dat geval moet de hulpverlener toestemming vragen aan familie of naasten. U kunt ook van tevoren uw wensen vastleggen in een wilsverklaring (welke behandeling u wel of juist niet wil). Een dergelijke wilsverklaring moet aan een aantal voorwaarden voldoen.

Bij acute situaties mag een hulpverlener zonder toestemming handelen.
Kinderen tot 12 jaar mogen niet voor zichzelf beslissen. Dat doen de ouders of voogden. Een kind moet wel verteld worden wat er gaat gebeuren.

Kinderen tussen 12 en 16 jaar hebben wel een stem in het geheel. Voor deze groep patiënten is toestemming vereist van zowel ouders als het kind. Als ouders en kind het niet met elkaar eens zijn, dan moet de behandelaar de mening van het kind volgen. Voorwaarde hierbij is dat het kind in staat moet zijn alle belangen redelijk tegen elkaar af te wegen.

Recht op geheimhouding en privacy

Dit recht is opgenomen in de Grondwet. Een arts heeft een zwijgplicht. Dit houdt in dat de arts alleen met medebehandelaars over een patiënt mag praten. Artsen mogen geen informatie verstrekken aan verzekeraars.
Er zijn echter uitzonderingen. In algemene zin betekent dit dat het algemeen belang hoger moet zijn dan het individuele belang.

Dit recht bestaat ook na overlijden van een patiënt.

 

Recht op vrije artsenkeuze

In beginsel heeft u recht om uw eigen arts te kiezen.
Hier zijn echter uitzonderingen op, zoals:

  • de praktijk is vol;
  • de afstand is te ver voor huisbezoeken;
  • de arts heeft geen overeenkomst met de verzekeraar;
  • de arts kan “gewichtige redenen” hebben om een patiënt te weigeren.

Tekst bron: http://www.wegwijzerloket.nl/page/pag_view.asp?pag_id=23680

 

Recht op informatie

De betrokkene moet kunnen nagaan wat er met zijn gegevens gebeurt. Daarom moet een organisatie de betrokkene informeren over het doel van het verzamelen en over de naam en adres van de organisatie. De Wbp onderscheidt twee situaties:

  • Als de gegevens direct bij de betrokkene worden verzameld, moet deze vooraf worden geïnformeerd. Deze informatieverstrekking hoeft niet als de betrokkene daarvan al daadwerkelijk op de hoogte is. Een organisatie verkrijgt bijvoorbeeld persoonsgegevens bij de betrokkene zelf als in het kader van het aangaan van een overeenkomst op een formulier persoonsgegevens ingevuld moet worden. De organisatie kan dan via het formulier voldoen aan zijn informatieplicht.
  • Een organisatie moet een betrokkene ook informeren op het moment dat buiten de betrokkene om gegevens worden vastgelegd of als de gegevens uitsluitend verzameld zijn om ze aan een derde te verstrekken, uiterlijk op het moment van eerste verstrekking aan die derde. Dat hoeft niet als informatieverstrekking onmogelijk is, of alleen met een onevenredige inspanning kan plaatsvinden. Van een onevenredige inspanning is sprake als een organisatie alleen door een zeer tijdrovende inspanning het adres van de betrokkene kan achterhalen. In dat geval moet een organisatie wel de herkomst van de gegevens vastleggen, zodat de betrokkene in ieder geval achteraf kan nagaan welke weg zijn gegevens hebben afgelegd. Een organisatie hoeft de betrokkene ook niet te informeren als de organisatie de gegevens vastlegt of verstrekt op grond van een wettelijke plicht.

Meer informatie over de informatieplicht van een organisatie kunt u vinden in het informatieblad Informatieplicht. Informatie over het recht op informatie vindt u op de door het CBP onderhouden website mijnprivacy.nl onder de kop ‘Ik heb een vraag over / mijn vraag gaat over mijn rechten’.

 

Recht op inzage

Een betrokkene heeft het recht om inzage te verzoeken in zijn gegevens en het gebruik daarvan door een organisatie. Een betrokkene kan een organisatie vragen of die zijn persoonsgegevens gebruikt. Als dat het geval blijkt te zijn, moet de organisatie binnen vier weken een overzicht van de gegevens aan de betrokkene geven. Hij moet ook informatie verstrekken over het doel van de verwerking(en), de ontvangers van de gegevens en, indien beschikbaar, over de herkomst van de gegevens. Voor het geven van deze informatie kan de organisatie doorgaans een vergoeding van ten hoogste € 4,50 vragen.

Als een overzicht ook gegevens bevat van een derde, die naar verwachting bezwaar zal hebben tegen het verstrekken van het overzicht aan de betrokkene, moet de organisatie die derde in de gelegenheid stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen.

De organisatie kan weigeren aan een verzoek om inzage te voldoen als dat bijvoorbeeld noodzakelijk is in het belang van voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten of ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Meer informatie over het inzagerecht kunt u vinden in het informatieblad Het geven van inzage in persoonsgegevens en op de door het CBP onderhouden website www.mijnprivacy.nl onder de kop ‘Ik heb een vraag over / mijn vraag gaat over mijn rechten’.

 

Recht op correctie

Op basis van de inzage in zijn gegevens kan de betrokkene de organisatie verzoeken de gegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen. Dat kan als de gegevens die gebruikt worden door de organisatie feitelijk onjuist, onvolledig of niet ter zake dienend zijn voor het doel of de doeleinden van de verwerking. De organisatie moet binnen vier weken reageren op het verzoek van de betrokkene.

In geval van inwilliging van het verzoek moeten andere instanties aan wie de (onjuiste) gegevens in het voorafgaande jaar zijn verstrekt van de wijzigingen op de hoogte gesteld worden, tenzij dat onmogelijk is of een onredelijke inspanning oplevert voor de organisatie. De organisatie moet de wijzigingen zo snel mogelijk doorgeven. Meer informatie over het correctierecht kunt u vinden in de informatiebladen Het bieden van correctie en op de door het CBP onderhouden website mijnprivacy.nl onder de kop ‘Ik heb een vraag over / mijn vraag gaat over mijn rechten’.

 

Recht van verzet

Het recht van verzet houdt in dat een betrokkene het recht heeft bezwaar te maken (verzet aan te tekenen) tegen bepaalde vormen van gebruik van zijn gegevens door een organisatie. Er zijn twee vormen van verzet:

  • Een betrokkene kan verzet aantekenen tegen het gebruik van zijn gegevens voor direct-marketingdoeleinden. De organisatie moet dat gebruik dan altijd direct beëindigen. De betrokkene hoeft niet te zeggen waarom en de organisatie mag geen vergoeding vragen om een verzoek in behandeling te nemen. Een organisatie die persoonsgegevens gebruikt voor direct-marketingdoeleinden moet een betrokkene informeren over het recht van verzet. Meer informatie over deze vorm van verzet kunt u vinden in de informatieblad Het gebruik van klantgegevens bij direct marketing (gericht op organisaties) en op de door het CBP onderhouden website mijnprivacy.nl onder de kop ‘Ik heb een vraag over / mijn vraag gaat over mijn rechten’.
  • Een betrokkene kan in enkele gevallen verzet aantekenen in verband met zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan een patiënt die mee heeft gedaan aan een medisch onderzoek. De onderzoeksgegevens worden verzameld op een centraal punt. Later verneemt hij dat een bekende van hem als onderzoeker bij dat centrum werkt. Omdat hij zijn ziekte voor die bekende verborgen wil houden, heeft hij er belang bij dat zijn gegevens worden verwijderd of niet meer tot hem herleidbaar zijn. In dat geval kan hij verzet aantekenen. Een organisatie moet dan binnen vier weken beslissen of zij stopt met de verwerking of hiermee doorgaat omdat hij meent een goede reden hiervoor te hebben. De organisatie mag een vergoeding van ten hoogste € 4,50 vragen om het verzoek van de betrokkene in behandeling te nemen. Dit geld moet hij weer teruggeven als hij het verzoek inwilligt.

 

Uitoefenen van de rechten

De betrokkene kan voor het uitoefenen van zijn rechten gebruik maken van modelbrieven die het College bescherming persoonsgegevens (CBP) ontwikkeld heeft (deze worden tevens aangeboden op mijnprivacy.nl) . Als een organisatie na vier weken niet of niet naar tevredenheid op een verzoek van een betrokkene reageert, dan staat op mijnprivacy.nl welke acties een betrokkene kan ondernemen.

Contactgegevens:

Fysiotherapie Hillegersberg-Schiebroek
Adrianalaan 161
3053 MB te Rotterdam (Hillegersberg-Schiebroek)
Mob: 06 - 53 97 35 32
Tel: 010 - 422 34 13
E-mail: renetobe@gmail.com

Telefonisch & sms mogelijk op:
maandag t/m vrijdag 07.30u tot 18.30u

Betaalgegevens:
NL58 ABNA 0443490791
Ter name van: Tobe Fysiotherapie
KVK: 24460796

Tobe Acupunctuur:
(Acupunctuur Rotterdam)
www.tobeacupunctuur.nl

Tobe Meditatie:
Haptotherapie, EMDR, Mindfulness & Yoga
www.tobemeditatie.nl

Pin It on Pinterest

Share This